Op 1 september 1939 vallen de Duitse troepen Polen binnen. De regeringen van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, die een bondgenootschap hebben met Polen, reageren op 3 september 1939 met een oorlogsverklaring aan Duitsland.
Nederland is op dat moment nog neutraal. Wel is er vanwege de onzekere tijden vanaf 1937 bedrijfsluchtbescherming geplaatst op de gebouwen aan de Java- en Sumatrakade.
Ondanks de Nederlandse neutraliteit worden Nederlandse schepen door Duitse onderzeeërs aangevallen omdat ze goederen zouden kunnen vervoeren voor Engeland. Zo wordt het SMN schip ‘Tajandoen’ op 7 dec. 1939 midden in het Kanaal getorpedeerd door een Duitse onderzeeboot. Het schip zink binnen een kwartier. Hierbij komen 6 bemanningsleden om.

Verplicht varen voor koningin en vaderland
Nederland neemt in 1939 een wet aan die bepaalt dat het militair gezag in oorlogstijd Nederlandse schepen kan vorderen. In juni 1940 wordt de zogenoemde vaarplichtwet ingevoerd. Deze bepaalt dat alle Nederlandse zeelieden bij wijze van dienstplicht moeten blijven varen, of weer moeten gaan varen. Deze vaarplichtwet is van kracht gebleven tot februari 1946.

Dit betekent dat ook koopvaardijschepen, waaronder die van de SMN, ingezet worden bij de geallieerde strijd. Van de ene op de andere dag worden de bemanningen een soort frontsoldaten. Dit geldt niet alleen voor de Nederlandse bemanningsleden. Van oudsher bestaat de bemanning van de SMN schepen voor een deel uit Indonesiërs, Chinezen en ‘Laskaren’ (zeelieden uit India). Velen van hen zijn de hele oorlog door blijven varen.

Lees verder: Begin van de oorlog