Op 13 mei 1870 wordt in Amsterdam door reder Jan Boissevain de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN) opgericht.
Via het zojuist geopende Suezkanaal gaat ze vanuit Den Helder het vervoer verzorgen van passagiers, post en goederen tussen Noordwest-Europa en het toenmalige Nederlands-Indië. Het vervoer gaat aanvankelijk per zgn mailboot, een stoomschip met hulpzeilvermogen, waarmee zowel passagiers, post en vracht worden vervoerd.

Vanaf 1910 vestigt de SMN zich op het Java-eiland. Het Java-eiland, tot dan toe een verzanding en golfbreker, wordt daarvoor verbreed, er worden kademuren gebouwd en het eiland wordt bouwrijp gemaakt. Er komen administratiegebouwen, werkplaatsen, loodsen (Java, Madoera, Sumatra, Celebes en Holland) en een geneeskundige dienst. Op de Javakade komen de uitgaande loodsen, op de Sumatrakade de inkomende loodsen. Ook komt er onderdak voor de vele Indonesische zeelieden in de ‘kraton’.
Zo wordt het Java-eiland DE plek voor de scheepvaart op Nederlands-Indië. Dit is nog terug te vinden in de namen van de tuinen, grachtjes en kaden.

Naast passagiers en post vervoert de SMN onder andere industriële goederen, voertuigen, (fabrieks) installaties, spoorwegmateriaal en vee naar Nederlands-Indië. Ze brengt rubber, tin, specerijen, koffie, tabak, suiker, tapioca, kokos- en palmolie en latex, thee en cacao mee terug.

Lees verder: De SMN tijdens de tweede wereldoorlog